Keurmerken

Wat betekenen de verschillende keurmerken?

Biologisch: Vanaf 1 juli 2010 bestaat een nieuw verplicht EU-logo voor gecertificeerde bio-producten.

Kenmerken van biologische landbouw zijn:
– Ruime vruchtwisseling als een noodzakelijke voorwaarde voor een efficiënt gebruik van de hulpbronnen ter plaatse
– Zeer strenge beperkingen op het gebruik van chemisch-synthetische pesticiden en synthetische meststoffen, antibiotica voor vee, voedingsadditieven, technische hulpstoffen, en andere toevoegingen
– Een absoluut verbod op het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen
– Gebruik van ter plaatse aanwezige hulpbronnen, zoals organische mest of veevoeder dat op de boerderij is geproduceerd.
– Keuze voor plantenrassen en diersoorten die bestand zijn tegen ziekten en aangepast zijn aan lokale omstandigheden
– Vrije uitloop voor het vee en het gebruik van biologisch voer
– Veehouderij die haar manier van werken afstemt op de natuurlijke behoefte van de verschillende veesoorten

Om voeding als ‘biologisch’ op de markt te kunnen brengt moeten boer of tuinder, maar ook alle verdere schakels in de keten voldoen aan Europese wet- en regelgeving. Daarbij hoort ook een strenge controle, die in Nederland door Skal wordt uitgevoerd. Op het product moet het Europese bio-keurmerk, het groene blaadje met de sterren, zijn afgebeeld.

De kernwaarden van de biologische landbouw zijn internationaal vastgelegd in de zogenaamde Beginselen van de biologische Landbouw: Ecologie, Gezondheid, Eerlijk en Zorg.

Ecologie: Biologische landbouw vindt zijn basis in levende ecologische systemen en kringlopen, moet daarmee samenwerken, ondersteunen en helpen in stand te houden.

Gezondheid: Biologische landbouw moet de gezondheid van bodem, plant, dier, mens en de planeet als één systeem onderhouden en versterken.

Eerlijk: Biologische landbouw moet bouwen op relaties waarin gelijkwaardigheid, respect, rechtvaardigheid en rentmeesterschap zorgen voor loyaliteit en eerlijk omgaan tussen mensen én in hun relatie tot andere levende wezens.

Zorg: Biologische landbouw moet zorgvuldig en verantwoordelijk worden beoefend, om de gezondheid en het welzijn van de huidige en toekomstige generaties en hun leefomgeving te beschermen.

EKO-keurmerk: Een deel van bovengenoemde biologische beginselen is concreet gemaakt in wet- en regelgeving; een deel ook niet, zoals het gebruik van groene energie, schone brandstoffen of hernieuwbare verpakkingen.
Het EKO-keurmerk geeft aan dat een ondernemer vierkant achter de principes van de biologische landbouw staat en over duurzaamheid in al zijn aspecten transparant wil zijn naar afnemers en consument. Het EKO-keurmerk gaat dus verder waar de wetgeving ophoudt.

 

 

 

Demeter: Een Demeter-certificaat garandeert dat een boer of tuinder verder gaat dan de Europese wetgeving voor biologische landbouw (in Nederland bekend door het EKO-keurmerk en of het EU-logo voor biologische landbouw). Naast de harde controleerbare normen maakt elke boer individuele keuzes op basis van de principes en meer algemene richtlijnen.

Demeter-normen voor de landbouw:
De normen zijn de basis van een biodynamische bedrjfsvoering en een voorwaarde voor het toekennen van een certificaat.
Er zijn normen gesteld op het gebied van:
Vruchtwisseling: minimaal percentage gebruik van groenbemesters en beperking van rooivruchten
Kassenteelt: beperking van stoken in de kas en verbod op stomen tegen bodemproblemen
Fruitteelt: beperking koperbemesting
Mestgebruik: minimaal 60% biologische mest
Veevoeding: 100% biologisch, waarvan minimaal 80% geteeld op het eigen bedrijf
Strogebruik: biologisch stro
Foliegebruik: uitsluitend composteerbare folie als bodembedekker
Integriteit van het dier: o.a. koeien en geiten met horens
Bd-preparaten: gebruik van preparaten die de vitaliteit van gewassen ondersteunen

Demeter-richtlijnen voor de landbouw:
De richtlijnen zorgen voor dynamiek, ontwikkeling, leven. Iedere boer kan hier zelf accenten leggen op de verschillende terreinen.
Het resultaat van een toetsing (Collegiale Toetsing ) telt mee bij het verkrijgen van het Demeter-certificaat.
Er zijn richtlijnen op het gebied van:
Gemengde bedrijfsvoering: individueel of in samenwerking met een nabijgelegen bedrijf
Bemesting en compostering: optimalisering van het bodemleven door bewuste bemesting
Bedrijfskarakter: ondersteunen van de samenhang tussen bodem, planten, dieren, mensen en omgeving
Natuur op het bedrijf: beheer van flora en fauna, landschap en variatie
Mens en bedrijf: werken aan een gezond economisch en sociaal klimaat via coaching en bedrijfsbezoeken
Landbouwkundig: ontwikkeling van bedrijfsmethoden op het gebied van
– biologische zaden en plantmateriaal
– veefokkerij, huisvesting en diergezondheid
– grondbewerking
– mechanisatie

Demeter-normen voor de verwerking:
Ingrediënten afkomstig uit de gecertificeerde Demeter-landbouw kunnen verder verwerkt worden. Om dan het Demeter-keurmerk te mogen voeren moeten ook de verwerkers voldoen aan eisen die verder gaan dan de eisen die aan EKO gesteld worden.
Er zijn normen gesteld op diverse gebieden:
Ingrediënten: tenminste 90% is van Demeter-kwaliteit
Verpakking: verpakking van PVC en aluminium zijn niet toegestaan, verpakkingen worden beoordeeld op milieu- en kwaliteitsaspecten
Smaakstoffen: alleen kruiden, specerijen en pure extracten zijn toegestaan
Conservering: conservering op basis van nitriet, citroenzuur en ascorbinezuur zijn niet toegestaan
Bewerking: melk mag niet worden gehomogeniseerd, beperking in het gebruik van proceshulpstoffen zoals antischuimmiddelen
Opslag: gebruik van ethyleengas in opslagruimten voor het rijpen van groenten is niet toegestaan